Behandelingsvormen

Klinische psychotherapie:

Naast de ander beschreven vormen van psychoanalytische therapie die zowel ambulant als tijdens een opnamesituatie kunnen worden geboden is er de klinische psychotherapie in engere zin. Deze berust op twee pijlers. Enerzijds is er het aanbod van voornoemde psychoanalytische behandelingsvormen. Anderzijds en kenmerkend betreft het dan het systematisch en methodisch hanteren van het geheel van de opnamesituatie (milieutherapie) in functie van het psychoanalytisch therapeutisch doel. Als dusdanig wordt het slechts aangeboden in een minderheid van residentiële (kinder)psychiatrische voorzieningen.

 

Speltherapie

Bij kinderen en jeugdigen worden spel en beeldend werk gebruikt als meest belangrijke communicatiemiddel. Het verhaal van een kind ontvouwt zich al spelend, in interactie met de therapeut als medespeler. Ook hier is de minimumfrequentie doorgaans éénmaal per week. Ouders worden hetzij door de psychotherapeut zelf, hetzij door een medewerker begeleid om speelruimte voor psychische groei en ontwikkeling te bevorderen.

 

Groepspsychotherapie:

Een groep van een achttal patiënten ontmoet de psychotherapeut minstens een maal per week. Dezelfde psychoanalytische grondregel van de vrije associatie is van kracht en bovenop bevordert de groepswerking het samen delen en samen leren.

 

Short-term:

De psychotherapie wordt gestart met een vooraf bepaalde en afgesproken tijdsduur of aantal sessies en ook met vooraf bepaalde therapeutische doelstellingen.

 

Face à face:

Patiënt en psychotherapeut ontmoeten elkaar voor gesprekken die van aangezicht tot aangezicht verlopen en met een minimum frequentie van eens per week. De psychoanalytische grondregel van de vrije associatie wordt gehanteerd maar de psychotherapeut leidt het gesprek in de richting van factoren die geacht worden in de problemen een rol te spelen.