Wetenschappelijk en Professioneel

Psychoanalytische therapie is (zoals elke andere psychotherapie) niet een toevallige, geïmproviseerde onderneming zoals een deugddoend of betekenisvol gesprek met een familielid, een vriend of een buurman.

Er zijn bepaalde voorwaarden en regels die het therapeutisch gebeuren mogelijk maken en waardoor dit gebeuren duidelijk te onderscheiden valt van contacten uit het dagelijks leven.
Dit geheel van voorwaarden en regels noemt men het kader van de psychotherapie.

Dit kader wordt gevormd door twee soorten regels.
Er zijn regels die de grenzen tussen het therapeutisch contact en de dagdagelijkse contacten uit de buitenwereld aangeven, zoals plaats, duur, frequentie, betaling, werkafspraken.
Er zijn bovendien regels die de grenzen tussen therapeut en patiënt regelen. Deze regels gaan over vertrouwelijkheid, afstand, beschikbaarheid, verantwoordelijkheid en respectievelijke rollen.

Psychoanalytische therapie put uit het brede en multiculturele psychoanalytische gedachtegoed.
Dit psychoanalytische gedachtegoed wordt aan wetenschappelijke toetsing onderworpen.
Het tracht actuele wetenschappelijke ontwikkelingen uit neurobiologie, evolutiepsychologie, geheugenonderzoek, kinderobservaties, ontwikkelingspsychologie en gehechtheidsonderzoek kritisch te verwerken. Zoals alle andere wetenschappen is het in voortdurende evolutie en wordt het telkens weer verder uitgediept en bevraagd, zowel van binnen als van buiten de psychoanalytische wereld. Tenslotte kenmerkt het zich door een eigen deontologie en ethiek, waarin een doorgedreven respect voor het subject en zijn particulariteit centraal staan.